Drie denktechnieken die elke zaak kraken.
Als in een rij of kolom maar één cel overblijft waar iemand kán staan, moet daar iemand staan — ook al weet je nog niet wie. Markeer die cel alvast.
In plaats van 'waar kan verdachte X?' vraag je: 'wie kan überhaupt in deze kamer?' Nuttig als er weinig cellen per kamer over zijn.
Als een verdachte's resterende kandidaten twee hoeken van een rechthoek vormen, kunnen andere verdachten NIET in de andere twee hoeken zitten (rij/kolom-conflict).